zaterdag 21 april 2007

DE ENE ROKKEND WAT DE ANDER SPINT EN KONKELFOEZEN

Voor het primitieve handspinnen had men twee gereedschappen nodig, het spinrokken en de konkel. Een spinrokken is een stok van ongeveer 1,25 meter lang voorzien van een gaffel waar men de wol of vlas op vast kon zetten. Deze pluk wol of vlas noemde men ook wel een klots of kluts. (Vandaar het gezegde, de kluts kwijtraken). Het rokken werd onder arm of tussen de gordel geklemd.

Geen opmerkingen: